Modellen en modelkeuze per klant
Plainwater AI is niet aan één modelleverancier gebonden. Per model staat er een expliciete route naar een provider, en per klant bepaal je welke modellen gebruikt mogen worden. Zo kun je bij de ene klant met Claude werken en bij een andere alleen met een Europees model.
Welke modellen
| Familie | Via | Opmerking |
|---|---|---|
| Claude (Opus, Sonnet, Haiku) | Azure AI Foundry | Claude via Foundry heeft nog geen EU-datazone |
| GPT | Azure OpenAI | EU-dataresidentie mogelijk |
| Gemini | Google, via de OpenAI-compatibele laag | De nieuwste modellen lopen achter met EU-residentie |
| Mistral | Mistral | Europese leverancier |
| Elk ander model met een OpenAI-compatibele API | Configuratie | Geen code nodig |
Een nieuw model met een OpenAI-compatibele API toevoegen is een kwestie van configuratie: een adres, een manier van aanmelden en een naam voor de audit. Er is geen vertaallaag die stilletjes een ander protocol omzet.
Hoe routering werkt
Elk modelverzoek gaat door de AI-poort. Daar staat een tabel die per model zegt welke provider antwoordt. Er wordt niet gegokt op basis van een voorvoegsel in de modelnaam. Een model dat niet in de tabel staat, wordt geweigerd.
De poort neemt per verzoek precies één beleidsbesluit: mag deze klant dit model gebruiken, past het binnen het budget, gelden er andere regels? Een geweigerd verzoek bereikt de provider niet.
Modelkeuze per klant
In de spelregels van een klant staat welke modellen zijn toegestaan. Dat is een lijst binnen de modellen die het platform aanbiedt. Voorbeelden:
- Een klant zonder bijzondere eisen staat Claude, GPT en Mistral toe.
- Een klant die alleen Europese verwerking wil, staat alleen Mistral en Azure OpenAI met EU-residentie toe.
- Een klant met een strak budget staat alleen de kleinere modellen toe.
Zie spelregels per klant.
Modelkeuze in een gesprek
In een gesprek kies je het model, of je laat het op Auto staan. Bij Auto kiest het platform. Eenvoudige vragen beantwoordt een first responder meteen, en zwaarder werk gaat naar een agent. Je kunt alleen kiezen uit modellen die voor de klant zijn toegestaan.
Agents en harnassen
Een agent draait in een harnas: de software die het model laat werken met tools. Voor Claude-modellen is dat het Claude Code-harnas. Voor andere modellen gebruikt het platform een harnas dat met elk OpenAI-compatibel model werkt. In beide gevallen controleert het platform elke toolaanroep vóórdat hij wordt uitgevoerd.
Je eigen AI-tool
Werk je liever in je eigen AI-tool, dan koppel je die via MCP. Dat werkt met elke MCP-compatibele AI-tool, zoals Claude Code, Codex, GitHub Copilot en Cursor. Zie je eigen AI-tool koppelen. Het model draait dan buiten het platform; de regels voor datatoegang gelden nog steeds op het toolvlak.
We noemen alleen modellen en tools waarvan we de route zelf hebben ingericht. Een AI-tool die MCP spreekt, kan in principe koppelen. Of hij in de praktijk goed werkt, hangt af van hoe die tool MCP en OAuth ondersteunt.
Voorbeeld
Een adviesbureau werkt voor drie klanten. Klant A staat Claude Opus en Sonnet toe. Klant B is een gemeente en staat alleen Mistral toe. Klant C wil kosten beperken en staat alleen Claude Haiku en een klein GPT-model toe. Een consultant die van klant A naar klant B wisselt, ziet in het modelmenu alleen Mistral. Probeert een agent toch een ander model te gebruiken, dan weigert de poort het verzoek en komt het nooit bij de provider aan.