Begrippenlijst
Agent — Een AI-model dat met tools een opdracht uitvoert: metadata lezen, kwaliteit controleren, een voorstel meten. Een agent draait in een geïsoleerde container en krijgt nooit een sleutel van een modelleverancier of een wachtwoord van een database.
AI-poort — Het punt waar elk verzoek aan een AI-model doorheen gaat, met precies één beleidsbesluit per verzoek. Zie De AI-poort.
Alleen metrics — De strengste stand van datatoegang: structuur, tellingen en statistieken, geen rijen. De standaard.
Bevinding — Wat er ontstaat als een monitor een afwijking ziet. Per monitor hoogstens één open bevinding.
Bron — Een database of systeem van de klant waarop het platform werkt, bijvoorbeeld een Azure SQL-database, een PostgreSQL-server of een Power BI-werkruimte.
Cohortdrempel — Tellingen onder tien worden "<10", zodat uit een telling geen individu is af te leiden.
Connector — Een koppeling met een systeem dat geen database is, zoals Power BI, Azure Data Factory, SharePoint of Databricks. Zie Bronnen en connectoren.
Dataset — Een herbruikbare definitie van data voor dashboards: één query op één bron, of een afgeleide dataset die andere datasets combineert. Zie Datasets.
Datatoegang — De stand per bron die bepaalt wat een AI-model ziet: alleen metrics, versleutelde waarden of open. Zie Datatoegang.
First responder — Het deel van het platform dat eenvoudige vragen in een gesprek direct beantwoordt en zwaarder werk zelf doorzet naar een agent.
Kennisdocument — Achtergrondinformatie die met een agent meegaat, zoals een datawoordenboek. Zie Skills en kennis.
Klant — De afgeschermde omgeving waarin bronnen, regels, kennis en rechten samenkomen. Kan ook een afdeling zijn.
Klantprofiel — Een laag tussen platform en klant, voor skills en kennis die gelden voor een soort klant.
Landschap — De kaart van een omgeving: systemen, databases, pipelines, datasets, rapporten en hun verbindingen. Zie Omgevingen.
MCP — Model Context Protocol, de open standaard waarmee een AI-tool tools van een server kan gebruiken. Met MCP koppel je je eigen AI-tool aan het platform. Zie MCP koppelen.
Monitor — Een geplande controle door een agent die een oordeel geeft. Zie Monitors.
Omgeving — Productie, acceptatie, test of ontwikkeling. Elke bron hoort bij een omgeving.
Open — De stand van datatoegang waarin letterlijke waarden naar het model gaan. Alleen voor bronnen die de klant aanwijst.
Opdracht — Een stuk werk in het platform, met een doel, een werkmodus, toegestane bronnen en een verloop. Een gesprek is ook een opdracht.
Pseudoniem — De vervangende naam waaronder een tabel, kolom of waarde naar het model gaat, zoals t_0056. Zie
Pseudonimisering.
Sandbox — Een wegwerpkopie van de database waarin een agent zijn voorstel uitvoert en meet. Zie De verificatiesandbox.
Skill — Een werkinstructie die met een agent meegaat. Zie Skills en kennis.
Solo — De werkwijze waarin al het werk in je eigen AI-tool gebeurt en het platform alleen tools, regels en opslag levert. Zie Solo.
Spelregels — De afspraken die voor alle opdrachten van een klant gelden: modellen, budget, datatoegang, richtlijnen. Elke wijziging is een nieuwe versie. Zie Spelregels.
Versleutelde waarden — De stand van datatoegang waarin elke cel een stabiel token is. Het model kan tellen en koppelen zonder de waarde te zien.
Voorstel — Een wijziging die een agent voorstelt en die pas na goedkeuring door een mens wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld een script op een bron of een nieuwe skill.
Werkmodus — Wat een agent in een opdracht mag: alleen kijken, meten op de bron, of bewijzen op een wegwerpkopie. Zie Werkmodi.